Profor - Bureau voor samenlevingsopbouw binnen het Nederlandse koninkrijk.

logo Profor

Bureau voor samenlevingsopbouw

Ouderen en mishandeling

Inleiding
Ouderenmishandeling is een van de meest verborgen vormen van huiselijk geweld. Bij Veilig Thuis komen alle (politie)meldingen van huiselijk geweld (waaronder ouderenmishandeling) binnen en worden daar geregistreerd.
Dit is een van de taboe onderwerpen aangezien onze ouderen niet zijn gewend om te praten maar ook hulp te zoeken.

In 2013 is ProFor gestart met dit onderwerp en liet ook een onderzoek uitvoeren.
Ouderenmishandeling kunnen we verdelen in twee aspecten, namelijk ontspoorde zorg en mishandeling. Ontspoorde zorg ontstaat als mantelzorgers de zorg van hun familielid niet meer aankunnen, door overbelasting overschrijden zij de grens van goede zorg. Kenmerkend is dat bij ontspoorde zorg de opzet of moedwil ontbreekt.

Diverse vormen van geweld
Huiselijk geweld bestaat uit diverse vormen van geweld.
Geestelijk-, emotioneel-, lichamelijke- seksueel- en financiele uitbuiting.

Slachtoffers
Iedere man of vrouw boven de 55 jaar kan in principe het slachtoffer worden van ouderenmishandeling. Maar de ene oudere is er meer 'vatbaar' voor dan de andere. Zo neemt het risico van ouderenmishandeling toe met het ouder worden. Vooral wanneer de leeftijd van 75 jaar wordt overschreden. Gebleken is dat het risico groter wordt naarmate de oudere meer zorg nodig heeft.

Risicofactoren ouderenmishandeling
1. Afhankelijkheid;
2. Overbelasting;
3. Familiegeschiedenis van geweld;
4. Isolement;
5. Problemen bij de pleger.

Conclusie
Belangrijk is dat taboes doorbroken moeten worden door er over te praten. Dit kan door middel van voorlichting gedaan worden. Taboe zorgt ervoor dat ouderen kwetsbaar zijn, er wordt bijvoorbeeld geen hulp ingeschakeld of er wordt niet gepraat over ouderenmishandeling, er komt namelijk schaamte en soms schuldgevoelens bij kijken. Het is belangrijk om deze taboes te bespreken zodat de weerbaarheid vergroot. Er zijn drie soorten taboes die doorbroken moeten worden. Namelijk die van het slachtoffer, de dader en de hulpverlener.